Naar Indochina

Naar Indochina

“It is ironic that in the 1950’s Laos received more American aid per person than any other country. In the 1970’s it received more bombs from America than any other country.”

Als je zo’n stukje tekst tegenkomt in een reisgidsje dat je bij je riviercruise naar Laos krijgt, moet je toch wel even slikken. Het is moeilijk om lang in Zuid-Oost Azie te zijn zonder een paar tandjes kritischer te worden over de Amerikaanse buitenlandse politiek – en dat geldt ook als je al kritisch begint. Laos is een van de landen die nog steeds geplaagd worden door enorme hoeveelheden onontplofte bommen, en je wil hier dan ook niet van de gebaande paden afwijken. En dat allemaal om verspreiding van het communisme te voorkomen. Nogal zuur nu 30 jaar later blijkt dat dit politieke/economische idee prima in staat is om zichzelf om zeep te helpen omdat mensen nu eenmaal niet voorgeprogrammeerd zijn om alles eerlijk te delen – kijk maar in een willekeurige zandbak.

De dag nadat we afscheid hadden genomen van Thea en Wil, namen we de bus naar Chiang Rai, nog een stukje verder naar het noorden. Niet echt een interessante plaats, maar het hotel dat we hadden, the Mantrini, was wel leuk, een beetje design. Jammer alleen dat het naast een discotheek staat met een paar heftige subwoofers. Geen probleem als je in de juiste vleugel slaapt en gelukkig kregen we na even vragen een gratis upgrade daar naartoe.

Gisteren werden we ’s ochtends vroeg opgepikt voor onze transfer naar de grens met Laos. We realiseerden ons dat we op deze trip nog niet zo veel ‘over land’ grensovergangen hebben meegemaakt, na Macau/China was dit de tweede pas. We kunnen dus niet bogen op een uitgebreide ervaring, maar tjee, wat ging dit inefficient. Je moest eerst twee formulieren invullen (en eindelijk konden we nu een van onze meegenomen pasfoto’s gebruiken!), waarmee je je visa kon betalen en vervolgens halen, daarna moest je het visanummer overnemen op een van de formulieren, en daar moest je dan weer een stempel in je paspoort mee halen. Of zoiets. Wij werden geholpen door de organisatie achter de cruise, maar in de rij voor de laatste stempel stonden een boel very confused backpackers.

De boottocht naar Luang Prabang, een klein stadje en Unesco World Heritage site in het noorden van Laos, was geweldig. In twee dagen tijd hebben we zo’n 300 km over de rivier Mekong afgelegd, en overal werd het water omzoomd door heuvels bedekt met alle kleuren groene jungle, af en toe onderbroken door een kleine nederzetting. Echt heel mooi! Uitstapjes naar die dorpjes voelden wel een beetje als aapjes kijken, maar het was wel interessant om plaatsjes te zien (soms met 100 inwoners, soms met 800) die uitsluitend via de rivier te benaderen zijn. En vooral de kleine “aapjes” waren ook wel super cute… Halverwege hebben we overnacht in een houten lodge aan de rivier, met dus een fantastisch uitzicht maar helaas een minder fantastische (koude) douche. En was dat verse vogelpoep die we van het dekbed moesten schrapen? Anyway, wij kijken nergens meer van op, maar we zijn wel van plan om vanavond wat slaap in te halen.

Luang Prabang zelf blijkt een overtreffende trap van cute. We hebben er alleen nog maar bij schemer en donker rondgelopen, maar het barst van de leuke restaurantjes en guesthouses (de onze ziet er ook leuk uit en we hebben warm water – en gratis internet op de kamer, woehoe), het is heel rustig en heel groen, de gebouwen komen niet boven de bomen uit en zien er leuk koloniaal uit. Dat moet je de Fransen nageven – ze laten hun exkolonies wel achter met een aangename architectuur, het recept voor fatsoenlijk stokbrood en croissants en het besef dat een restaurant een wijnkaart hoort te hebben, dat was ons in Vietnam ook al opgevallen. Morgen gaan we op onderzoek uit bij daglicht, en omdat het plaatsje maar klein is en we hier een dag of drie gaan blijven, gaan we het lekker rustig aan doen…

About Miek

Miek has created 145 entries.

Post A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *