11th Feb, 2009

Bolivia to Peru - Sucre, La Paz & Lake Titicaca

There are 12 species of coca. Coca is traditionally cultivated in the lower altitudes of the eastern slopes of the Andes. It is widely consumed by the Andean peoples of Peru, Colombia, Ecuador, Venezuela and Bolivia. It’s used to overcome fatigue, hunger and thirst. It is also used as an anesthetic to alleviate pain. The Incas are believed to have used coca as an anesthetic when performing brain surgery (success rate figures vary..). It is considered particularly effective against altitude sickness. Having had some troubles with the altitude, we know now that coca indeed does help wonderfully. Chewing the leaves is not recommended as it is basically filthy. But drinking maté de coca (tea) or sucking on coca candy (an acquired taste) helps your lungs to absorb more of the little oxygen there is and, wow, your headache is gone…

Potosí (elev. 4,090 m) is considered to be the highest city in the world. For 300 years it was incredibly important to the Spanish for its Cerro Rico (Rich Mountain) with its enormous amount of silver ore. It is said that the amount of silver extracted was enough to build a silver bridge between Potosí and Spain and still have plenty left. Many Indians and Africans were used as slaves and some 8 million of them died because of the hard and dangerous work in the mines. Some say that with their bones you could build a bridge between Potosí and Spain… Walking around town with its steep cobble stone streets was not easy. Even after being at higher altitudes for a while now our lung capacity simply was not sufficient so we got tired quickly and we kept gasping for air. We were looking forward to descend (in a shared taxi this time) to a mere 2750 meters, the altitude of the city of Sucre. It is the constitutional capital of Bolivia and seat of the Supreme Court. The historic colonial centre (a UNESCO World Heritage Site since 1991) is very nice to explore and the view from La Recoleta, especially at sun set, is stunning. One of the nearby attractions is the Parque Cretácico Cal Orck’o, a place where you can see the world’s largest collection of dinosaur tracks. More than 60 million years ago dinosaurs left their footprints in muddy flats which surfaced when a cement factory recently dug up the area. Very cool.

Not looking forward to another very long bus ride, we flew from Sucre to La Paz (elev. 3,640 m) which gave us a beautiful view of the Altiplano, the high plateau (average elev. 3300 m) of the Andes. The city, which is the administrative capital of Bolivia, was built in a canyon created by the Choqueyapu River and the view from the ridge of the Altiplano is absolutely stunning. It’s a big crowded city and nowhere near as pretty as Sucre. But it was fun to walk around in and to try one of Bolivia’s specialty snacks: the salteña. It’s a type of empanada and, hmm, certainly not my favorite. Karin liked it very much and went for another round when we were at La Paz’s best salteñaria. From La Paz we did an interesting tour to Tiwanaku (Tiahuanacu), an archeological site West of La Paz and not far from Lake Titicaca. The Tiwanaku are considered an important pre-columbian culture and one of the most important precursors to the Inca Empire. On the way back we got to visit, yet another, Valle de la Luna with weird rock formations. The coca museum is also very nice. It gives an interesting, albeit a little biased, view on the coca leaf. And, woohoo, they sell some good coca candy.. :-)

From La Paz we took the bus to Copacabana, the main but small town on the Bolivian shores of Lake Titicaca. The lake (elev. 3,812 m) is the largest in South America and one of the highest commercially navigable lakes in the world. After we arrived, we visited one of the nearby islands, Isla del Sol. The island has many ruins dating back to the time of the Inca Empire. In the religion of the Incas, it was believed that the sun god was born here. After a short city tour and an exhausting (sorry guys for dragging you up there) walk up the hill (4,100 m, the Mont Blanc with its 4,810 m is for wimps) for some nice views of Copacabana and the lake, it was time, unfortunately, to say goodbye to Karin (snif, snif). Her 2 weeks and a bit of vacation were over so she had to go back to La Paz to fly home. Thanks K. It was fun having you with us! Together with Marinda (whom we met on the Uyuni tour and who decided to tag along) we took the bus on to Puno, Peru. Puno (elev. 3,860 m) is a town on the other, Peruvian, side of the lake. A bit bigger than Copacabana, more crowded but fun. Especially since there’s a festival going on with traditional music and dance. From here you can easily visit the famous Uros Floating Islands. The Uros Indian tribe decided a long time ago to leave the shores of the lake to permanently live on artifically created floating islands made of reed. It’s a bit weird to walk around on but nice to visit Uros families in their homes and learn about their way of life. Okay, you’re expected to buy some souvenirs as well but what the heck…

Cerro Rico La Paz Lake Titicaca

Er bestaan 12 soorten coca. Coca wordt traditioneel gecultiveerd in de lager gelegen gebieden aan de oostkant van de Andes. Het wordt op brede schaal geconsumeerd door de Andes volkeren van Peru, Colombia, Ecuador, Venezuela en Bolivia. Het wordt gebruikt om vermoeidheid, honger en dorst te overwinnen. En ook als anestetisch middel om pijn te bestrijden. Men denkt dat de Inka’s coca gebruikten als anesthetisch middel tijdens het uitvoeren van hersenoperaties (over het slagingspercentage van de operaties is men het niet helemaal eens..). Het wordt ook als erg effectief gezien tegen hoogteziekte. We hadden al eerder wat problemen met de hoogte, maar nu weten we dat coca inderdaad bijzonder goed helpt. Op cocablaadjes kauwen is niet aan te raden want het smaakt gewoon smerig. Maar het drinken van maté de coca (thee) of het sabbelen op een cocasnoepje (je moet ff aan smaak wennen) helpt om je longen meer van de beperkte hoeveelheid zuurstof uit de lucht te laten absorberen en, wow, je hoofdpijn is weg.. (more)

Potosí (hoogte 4.090 m) wordt gezien als de hoogste stad ter wereld. Gedurende 300 jaar was het ongelooflijk belangrijk voor de Spaanse overheersers vanwege de Cerro Rico (Rijke Heuvel) met z’n enorme voorraden aan zilver. Er wordt beweerd dat de hoeveelheid gewonnen zilver genoeg was om een brug van zilver tussen Potosí en Spanje te bouwen en dan nog zelfs een boel over te hebben. Veel Indianen en Afrikanen werden als slaaf ingezet en zo’n 8 miljoen van hen stierven als gevolg van het harde en gevaarlijke werk in de mijnen. Er wordt beweerd dat je met hun botten een brug had kunnen bouwen tussen Potosí en Spanje… Het was niet makkelijk om door de stijle hobbelige straatjes te lopen. Ook al waren we intussen al wat langer op grote hoogte, onze longcapaciteit was gewoon niet voldoende in de ijle lucht dus werden we snel moe en bleven we maar naar lucht happen. We keken al uit naar de afdaling (in een gedeelde taxi dit keer) naar een schamele 2750 meter, de hoogte van de stad Sucre. Het is de constitutionele hoofdstad van Bolivia en de zetel van het hooggerechtshof. Het historische koloniale centrum (een UNESCO World Heritage Site sinds 1991) is erg leuk en het uitzicht vanaf La Recoleta, met name rondom zonsondergang, is fantastisch. Eén van attracties in de buurt is het Parque Cretácico Cal Orck’o, een plek waar je de grootste verzameling dinosaurusvoetstappen kunt zien. Meer dan 60 miljoen jaar geleden lieten de dino’s hun pootafdrukken achter in een modderige vlakte die recent door graafwerkzaamheden van een cementfabriek aan de oppervlakte zijn gekomen. Erg gaaf.

Omdat we niet zo’n zin hadden in nóg een enorm lange busrit, vlogen we van Sucre naar La Paz (hoogte 3.640 m). Je kon tijdens de vlucht heel erg mooi de Altiplano zien, de hoogvlakte van de Andes (gemiddelde hoogte 3300 m). De stad, de administratieve hoofdstad van Bolivia, werd in een canyon van Choqueyapu rivier gebouwd en het uitzicht vanaf de rand van de Altiplano is werkelijk adembenemend. Het is een grote drukke stad en lang niet zo mooi als Sucre. Maar het was leuk om er rond te lopen en één van Bolivia’s speciale snacks uit te proberen: de salteña. Het is een soort empanada en, hmm, zeker niet mijn favoriet (een hartig hapje met zoet deeg??). Karin vond het heerlijk en haalde een tweede ronde toen we in de beste salteñaria waren van La Paz. Vanuit La Paz hebben we een interessante tour gedaan naar Tiwanaku (Tiahuanacu), een archeologische site iets ten westen van La Paz en niet ver van het Titicaca meer. De Tiwanaku worden gezien als een belangrijke pre-columbiaanse cultuur en één van de belangrijkste voorgangers van het Inka rijk. Op de weg terug hebben we, nog een, Valle de la Luna bezocht met erg rare rotspartijen. Het coca museum is ook erg leuk. Het toont een interessante, alhoewel enigszins gekleurde, kijk op het cocablad. En, woehoe, ze verkopen er erg goede cocasnoepjes.. :-)

Vanuit La Paz zijn we per bus naar Copacabana gegaan, het belangrijkste maar kleine stadje aan de Boliviaanse kust van het Titicaca meer. Het meer (hoogte 3.812 m) is het grootste in zuid amerika en het hoogste commercieel bevaren meer ter wereld. Na aankomst hebben we één van de eilandjes in de buurt bezocht, Isla del Sol. Op het eiland staan veel ruines die stammen uit de tijd van het Inka rijk. Volgens de Inka religie werd de zonnegod hier geboren. Na een korte stadstour en een vermoeiende (sorry meiden dat ik jullie omhoog gesleept heb) wandeling de heuvel op (4100 m, de Mont Blanc met z’n 4810 m is dus eigenlijk voor watjes) voor mooie uitzichten op Copacabana en het meer, was het helaas tijd om afscheid te nemen van Karin (snotter). Haar 2 weken-en-een-beetje vakantie zaten erop dus moest ze terug naar La Paz om naar huis te vliegen. Bedankt K. Het was erg leuk en gezellig om je bij ons te hebben! Marinda (die we tijdens de Uyuni tour hadden ontmoet en die zich inmiddels bij ons heeft aangesloten) en wij zijn daarna per bus naar Puno in Peru vertrokken. Puno (hoogte 3.860 m) is een stadje aan de andere, Peruviaanse, kant van het meer. Het is wat groter dan Copacabana, drukker, maar ook leuk. Vooral omdat er een festival aan de gang is met traditionele muziek en dans. Van hier uit kun je makkelijk de beroemde, drijvende Uros eilanden bezoeken. De Uros indianen besloten lang geleden om de kust te verlaten en zich permanent op het meer te vestigen, op kunstmatig gemaakte drijvende eilanden van riet. Het is best wel maf om daar op rond te lopen maar erg leuk om de Uros families in hun huizen te bezoeken en meer te weten te komen over hun manier van leven. Okay, er wordt wel van je verwacht dat je wat souvenirs koopt maar ach…

Comments

Heerlijk om weer zoveel achtergrondinformatie van jullie te krijgen. Worden we zelf ook nog wereldreizigers! Die cola blijkt in allerlei landen aangeraden te worden om darmkwalen te bestrijden. Had ik er nu maar meer van gedronken dan dat ene glas!
Maak het goed en heb veel plezier!

Liefs, Thea

Write a comment

You must be logged in to post a comment. Je moet ingelogged zijn om een commentaar te kunnen achterlaten.