Wow. Mumbai is very different from Chennai and Goa and not necessarily in a good way. The people seem fairly rude, often trying to rip us off, and our rather expensive hotel room is a bit of a dump. However, everything looks different in the sunlight, and we spend our first full day in the city pleasantly, managing to get a train ticket booked, visiting the Prince of Wales museum and in the evening, the revolving Pearl of the Orient restaurant. The next day we visit the famous Elephanta caves and we make an interesting discovery in the Marine Plaza hotel: it has a glass bottom swimming pool on the roof, which allows you to see the hotel lobby while you are swimming, or to see people swimming over your head while you are checking in or out. Very cool! If you know of any other glass bottom pools (other than the one in the Adelphi hotel in Melbourne, which we’ve seen), please drop us a line!
Aha. Als je Chennai en Goa hebt gezien heb je dus toch nog niet heel India gezien, want Mumbai is toch wel even andere koek. In eerste instantie niet per se positief: door het ontbreken van de pre-paid taxis bij het vliegveld worden we prompt zwaar getild (weten we vrij zeker na het zien van de taxitarieven in het hotel) en het hotel valt ook een beetje tegen: de kamer is weliswaar ruim, maar de twee losse bedjes stellen niets voor en met kale (spaar-)lampen is het ook de ongezelligste kamer tot nu toe. Tot overmaat van ramp blijkt het restaurant waar we ’s avonds neerstrijken geen alcohol te schenken… later lezen we in onze reisgids dat de kamers in dit hotel een ‘old fashioned charm’ bezitten maar wij kunnen die met de beste wil van de wereld niet ontdekken. Wat verder opvalt is dat je in Mumbai veel meer bedelaars ziet dan in Chennai en zeker meer dan in Goa. Als we ’s avonds een stukje lopen zien we heel veel mensen zich klaarmaken om op straat te gaan liggen slapen, heel sneu.
De volgende dag laten we ons met een taxi naar het Victoria Station brengen. Een imposant gebouw, dat per dag 1000 treinen en 2 miljoen passagiers verwerkt. Wij willen er een aantal treintickets boeken bij het international tourist bureau, omdat dat online ook na heel vaak proberen niet gelukt is. Live boeken blijkt al net zo ingewikkeld (bureau is nergens te vinden en de rijen bij de normale loketten zijn heeeel lang), en wij laten ons dan ook prompt inpakken door een mannetje dat het wel voor ons gaat regelen. Het is een tijdrovend proces en we vertrouwen hem niet helemaal, dus we zijn opgelucht als hij na een tijdje in ieder geval met 1 officieel uitziend ticket terugkomt, maar we hebben niet meer het hart om hem om de 3 of 4 andere tickets te vragen die we eigenlijk ook wilden boeken. In plaats daarvan bezoeken we het Prince of Wales museum (uitgesproken als prinswol door onze taxichauffeur, duurde even voordat we elkaar begrepen) dat buitenlanders weliswaar 20 keer meer laat betalen dan Indiers, maar daarvoor wel een leuke audiotoer biedt. We leren al steeds meer over de verschillende Hindoegoden. De god met de olifantenkop, Ganesha, is mijn favoriet: hij is de god van ‘new beginnings’ en de ‘remover of obstacles’. Precies wat we op reis goed kunnen gebruiken. In het hotel kunnen we ’s middags nog wat andere reisgerelateerde zaken regelen, hotelkamers voor de komende paar nachten en twee binnenlandse vluchten, dus al met al hebben we een productief dagje. (Lees meer)
Met behulp van de reisgids ontdekt Erwin een ronddraaiend restaurant en dat moeten we natuurlijk gaan proberen! De ‘Pearl of the Orient’ biedt een oosterse keuken en we zijn behoorlijk blij dat we nu eindelijk iets kunnen eten dat niet heel pittig gekruid is. Mumbai heeft niet echt een mooie skyline, over een heel groot gebied staan her en der wat hoge torens en dat ziet er niet echt mooi uit, maar de verlichte, in een boog lopende Marine Drive en de zee erachter bieden toch wel een mooi uitzicht. Inmiddels vinden we Mumbai weer leuk en kunnen we lachen om alle ‘avonturen’ die we beleven.
De taxis in de stad zijn zelfs met de random ‘toeristentoeslag’ die ze ons vaak proberen op te leggen spotgoedkoop, dus er is weinig incentive om in de hitte ver te gaan lopen. Vanochtend nemen we daarom maar weer eens een taxi, naar de ‘Gateway of India’ - een soort arc de triomphe maar dan een stuk lelijker - die aan het water staat. Het is er wat je noemt gezellig druk! We nemen er een boot naar Elephanta Island, waar in de rotsen een soort tempel ter ere van Shiva is uitgehakt met een aantal grote beelden. Het is er om te smelten zo heet, maar de grot is wel mooi om te zien.
’s Avonds proberen we maar weer eens een restaurant uit het boek: het Bayview restaurant in het Marine Plaza hotel. We zijn niet enorm onder de indruk van de service, maar onderweg naar buiten ontdekken we wel iets stoers: als je in het atrium omhoog kijkt, kijk je door de glazen bodem van het zwembad op het dak naar buiten! Het zwembad was nu dicht maar overdag kun je dus gewoon de mensen boven je hoofd zien zwemmen, en andersom. Het Adelphi hotel in Melbourne heeft een zwembad op het dak met een deels glazen bodem die een stukje boven de straat uitsteekt, maar er zijn kennelijk nog meer van dit soort ‘glass bottom pools’. Cool! Leuk thema voor een wereldreis, om die allemaal bij langs te gaan? Hmmm… als iemand nog meer van dit soort zwembaden weet, hoor ik het graag!

