We spent Thursday morning exploring Hobart, a nice, compact little town on the water with some cute areas. And then Erwin and I got our first ever haircut abroad! With mixed results I am sorry to say, but fortunately we don’t know anyone here and it will all grow back… :-). Tasmania is known for the large ‘wilderness areas’ it still contains, and so far, we had not seen any of that because they’re mostly on the western side of the island. From Hobart, you can drive to the edge of that area in about an hour and a half, and that’s what we did in the afternoon. We went to the Mount Field National Park, a ski area in winter, and walked some trails in the park. At the highest point we reached, only about 1000 meters or so, it was only 3 degrees! Hard to imagine that only 2 days ago, it was over 30…
For today (Friday), we had booked a cruise around Bruny Island with Bruny Island Charters. They take you out on large open ribs to watch the coastline and the local wildlife. Great fun, as the boats were originally designed for driving military special forces around and they are quite fast. And there was a big ocean swell… The coast was beautiful, we saw albatros and lots of seals, but unfortunately no dolphins, great white sharks, or whales (although all of these featured on the ‘wildlife checklist’ they gave us!). Again, sitting still for 3 hours in a speeding open boat, we were very, very cold, and grateful for the idiot looking long red raincoats we were given to put on in the beginning…
Donderdagochtend hebben we rondgelopen in Hobart, om het stadje een beetje te leren kennen. Best leuk: lekker compact, met een haven en dus waterfront, en met een aantal leuke oude gebouwen hier en daar. En toen gingen Erwin en ik voor het eerst in ons leven naar een buitenlandse kapper! Met wisselend succes, maar gelukkig kennen we hier niemand en bovendien groeit het wel weer aan… :-). Tasmanie staat bekend om de grote ‘wilderness areas’ die het nog heeft, maar tot nu toe hadden we daar nog niets van gezien om dat die zich vooral aan de westkant van het eiland bevinden. Vanaf Hobart kun je in ongeveer anderhalf uur naar de rand van dat gebied rijden, dus dat deden we in de middag. We bezochten het Mount Field National Park, ’s winters een skigebied, waar we een paar trails wandelden. Op het hoogste punt waar wij geweest zijn, maar een metertje of 1000, was het maar drie graden! Koud!! Niet te geloven dat het eergisteren nog boven de 30 was…
Voor vandaag (vrijdag) hadden we een cruise rond Bruny Island geboekt met Bruny Island Charters. Zij nemen je mee op een grote, open rib (rigid inflatable boat; eentje met opblaasbare zijkanten) om de kust en het lokale wildlife te bekijken. Erg leuk: de boten zijn oorspronkelijk ontworpen in Nieuw-Zeeland om speciale eenheden van het leger mee te vervoeren, en ze zijn erg snel en wendbaar. En er was een leuke deining op de oceaan… De kust was prachtig, mooie rotsen, en we hebben albatrossen en veel zeeleeuwen gezien, maar helaas geen dolfijnen, mensenhaaien of walvissen (die heel gemeen wel op de ‘wildlife checklist’ stonden die we mee hadden gekregen!) We hadden het alweer erg koud, drie uur in een snelvarende open boot zitten zorgt daar wel voor. We waren dan ook dankbaar voor de stomme lange rode regenjassen die iedereen aan het begin moest aantrekken…
on March 25th, 2008 at 1:24 am

